Nissen en boezems
Behang in een nis naast de schoorsteen
Een nis naast de schoorsteenboezem is een kort stuk wand met aan weerszijden een hoek. Bij elke binnenhoek begint het banenraster opnieuw, dus drie korte stukken kosten meer banen dan één wand van dezelfde lengte. Veel mensen behangen zo'n wand apart, zonder de rest van de kamer erbij. Hieronder staat er een van 3,57 m, met een vaste kast in de linkernis, gepland door de app zelf.
Dezelfde nissenwand, twee manieren gerekend
Woonkamer, 3,57 m om de boezem heen en 2,54 m hoog · Botanical Grove, rapport 64 cm, halve verspringing
Rolcalculator
4 rollen · €360
8 sneden van 3,20 m
Snijverlies 4,66 m² — 39,3% van het gesneden papier
- 7 banen: wandbreedte ÷ rolbreedte, naar boven afgerond
- elke snede 3,20 m — de hoogste wand, afgerond op een heel rapport
- 3 banen per rol: rollengte ÷ snijlengte
- 3 rollen, +10% erbovenop
begint links, om de 53 cm een naad, hoeken niet apart geteld, elke baan op volle hoogte, plus tien procent
Wallpaper Planner
4 rollen · €360
8 sneden van 3,20 m · 25,60 m
Snijverlies 4,34 m² — 37,6% van het gesneden papier
- 8 banen, elk gemeten aan zijn eigen stuk wand
- 25,60 m papier daadwerkelijk gesneden
- 37,6% verlies, geteld in plaats van aangenomen
- de beste verdeling die is gevonden
eigen raster per wandstuk, boven de kast alleen de band, hele rapporten, rolaanzet meegerekend
Beide komen hier op hetzelfde aantal rollen uit. Het plan zegt wel welke snede van welke rol komt.
Een nis is een eigen wandstuk
Een nis heeft zijn eigen breedte, en vaak zijn eigen hoogte: boven een nis zit soms een balk of een verlaagd plafond. Meet hem dus los van de boezem en los van de rest van de kamer. De nis hieronder is 88,5 cm breed en 2,54 m hoog. Meet daarna de zijkant van de boezem apart. Die is hier 34 cm, smaller dan een baan, en hij zit er twee keer in. Sla je dat stuk over, dan mist het plan een wandstuk.
Drie wandstukken, acht banen
Waar de nis tegen de boezem komt zit een binnenhoek. Geen kamerhoek is haaks genoeg om een baan omheen te trekken. De baan die de hoek in loopt krijgt een centimeter of twee mee om te keren. Aan de andere kant zet je een nieuwe baan te lood tegen de hoek. De wand valt zo uiteen in drie stukken: nis, boezem, nis, en elk stuk telt zijn eigen banen. De nis van 88,5 cm wordt twee banen, waarvan de tweede nog 35,5 cm breed is. De boezem is met beide zijkanten 1,80 m: vier banen, de laatste 21 cm. Samen acht banen. Reken je dezelfde 3,57 m als één vlakke wand, dan kom je op zeven.
Op de hoeken van de boezem hoort geen naad
De voorkant van de boezem heeft twee buitenhoeken. Daar laat behang als eerste los: de rand steekt uit en er schuurt van alles langs. Een naad houdt het daar niet. Het plan waarschuwt zodra een naad binnen 5 cm van een buitenhoek valt. Op deze wand blijft de dichtstbijzijnde naad 13 cm van de hoek. Waar die naden vallen ligt vast zodra de hoeken in de tekening staan, want op de boezem begint het raster te lood tegen de binnenhoek. In de tekening zie je of het goed uitkomt. Zo niet, dan weet je het voordat je snijdt.
Een vaste kast in de nis: alleen de band erboven
In een nis staat vaak een vaste kast of een plankenwand. Wat daarachter verdwijnt hoeft geen behang, dus dat teken je als opening, net als een deur. In het voorbeeld staat links een kast tot 2,10 m. Daarboven blijft 44 cm wand over. Die 44 cm kost geen 44 cm papier. Het rapport is 64 cm, en korter dan een heel rapport kun je niet snijden. De twee banen in de linkernis worden dus 64 cm in plaats van 3,20 m. Een losse kast teken je niet in. Die schuif je op de dag zelf een halve meter naar voren en je behangt erachterlangs.
Waarom een nis meer snijverlies geeft dan een vlakke wand
Drie dingen tellen op. Elke volle baan wordt op een heel rapport afgesneden: 3,20 m voor een wand van 2,54 m, dus 66 cm per baan. In elk wandstuk eindig je met een reststrook — 35,5 cm in de nis, 21 cm op de boezem — en die gaat er op volle baanbreedte af. En de baan die een binnenhoek in loopt snijd je iets breder om te keren; die omslag verdwijnt onder de nieuwe baan. Op een wand met een boezem ligt het snijverlies daarom hoger dan op een vlakke wand van dezelfde lengte. Dat is niet fout gerekend, dat is wat de vorm kost.
Veelgestelde vragen
Hoeveel behang heb ik nodig voor een nis?
Reken de nis als een eigen wandstuk. Breedte gedeeld door de baanbreedte en naar boven afgerond: een nis van 88,5 cm bij een rol van 53 cm is twee banen. Rond daarna de baanlengte af op een heel rapport. Staat er een vaste kast in, meet dan alleen de band erboven. Het aantal rollen voor de wand hierboven staat onder de tekening.
Hoe behang je een nis naast de schoorsteen?
Per wandstuk, niet in één doorlopende rij banen. De nis, de zijkant van de boezem en de voorkant krijgen elk hun eigen banen. Bij een binnenhoek slaat de baan een paar centimeter om, en aan de andere kant begint een nieuwe baan te lood. Om een buitenhoek laat je het papier juist doorlopen, en de naad houd je er minstens 5 cm vandaan.
Moet ik achter een vaste kast in de nis behangen?
Nee. Wat vastzit en er niet meer af gaat, teken je als opening. Meet wel waar de kast ophoudt, want de band erboven telt gewoon mee en die kost een hele snede. Bij een rapport van 64 cm snijd je 64 cm papier voor 44 cm wand.
Loopt het behang door om de hoek van de schoorsteenboezem?
Om een buitenhoek wel. Daar buig je het papier omheen, dus het dessin loopt door van de voorkant naar de zijkant. In de binnenhoek van de nis niet. Daar begint een nieuwe baan te lood, en aan de andere kant van de hoek sluit het motief niet aan. Dat is geen slordigheid, dat is wat een niet-haakse hoek doet. In een binnenhoek valt het nauwelijks op.
Reken het uit voor je eigen wand
Teken je wanden en je krijgt hetzelfde plan als hierboven, met jouw maten en jouw behang.
Open de plannerMeer lezen
Of ga naar hoeveel behang heb ik nodig →